You are on page 1of 1

Op elke articulatieplaats is er een diftong.

Ik teken deze diftongen als pijlen in de klinkerdriehoek:

Vrijwel elke lijn in de klinkerdriehoek is in drieën te verdelen. Er zijn de coronale klinkers ie, i, ee
en e, de coronaal-labiale klinkers uu, u en eu en de labiaal-velaire klinkers oe, o en oo; de puur
velaire klinkers a en aa staan een beetje buiten het systeem. Er is ook een coronale diftong ei, een
coronaal-labiale diftong ui en een labiaal-velaire diftong au.
Het is opvallend dat ook de meeste soorten medeklinkers drie plaatsen van articulatie kennen:
stemloze stops p t k
stemdragende stops b d
stemloze ruisklanken f s ch
stemdragende ruisklanken v z g
nasalen m n ng
De articulatieplaatsen corresponderen ook grofweg met de plaatsen van articulatie van klinkers:
labiaal (p, b, f, v, m), coronaal (t, d, s, z, n) en velair (k, ch, g, ng). Net zoals in de klinkerdriehoek
zijn er ook bij de medeklinkers overigens enkele die niet in de driedeling passen. De h en de r zijn
daar voorbeelden van.